Resonantie: een nieuwe lens op artistieke verbinding
Inspiratie is het verkeerde woord voor wat het werk van de ene kunstenaar met de andere doet. Resonantie, een gedeelde toewijding in plaats van één-op-één-invloed, is eerlijker. Met een noot over waarom er een nummer van Robyn onder een fotoboek ligt.
In de kunst gebruiken we vaak het woord ‘inspiratie’.
Maar misschien zijn we de ware betekenis ervan kwijtgeraakt.
De woorden waarmee we onze verhouding tot kunst uitdrukken, zetten onze waarneming vaak oogkleppen op. Neem het woord ‘inspiratie’, de goddelijke ingeving. Het wordt zo vaak gebruikt, zo achteloos rondgestrooid, dat we de kern ervan misschien uit het oog zijn verloren. Volgens de definitie is inspiratie “het proces waarbij je mentaal wordt aangezet om iets te doen of te voelen, in het bijzonder om iets creatiefs te doen.”
Wanneer we over ons werk praten, wil ik een ander woord voorstellen, namelijk resonantie. Wanneer ik resoneer met het werk van een andere kunstenaar, voel ik een diepe verbondenheid, alsof we dezelfde artistieke taal spreken, op dezelfde golflengte. Dat gaat verder dan inspiratie. Het betekent dat je draden van gedeelde gedachten, overtuigingen en visie vindt.
Wanneer we het werk van anderen beschrijven, grijpen we graag naar gerenommeerde kunstenaars, van nu of van vroeger, en bestempelen we hen als inspiratiebronnen. Of wanneer een kunstenaar zelf bekende namen als inspiratie opvoert, voelen we opluchting, omdat het makkelijk is om voor de hand liggende verbanden te leggen. Maar zien we daarmee niet de bijdragen van minder bezongen kunstenaars over het hoofd? Lopen we niet het risico de enorme, collectieve invloed te ontkennen van bekende, onbekende en vergeten kunstenaars die door de eeuwen heen onze artistieke gevoeligheid hebben gevormd?
Moeten de winnaars alles opstrijken?
Denken in termen van resonantie in plaats van inspiratie lijkt me een eerlijker eerbetoon aan het universum van artistiek denken waar we allemaal uit putten. Het laat ons een breed netwerk van invloeden erkennen, zonder iemands bijdrage te kleineren en zonder ons begrip te beperken tot lineaire, één-op-één-verbanden.
Ik denk aan mijn fotoserie Come Get Your Honey. In een essay in het boek vergeleek curator Marianne Ager, met wie ik goed bevriend ben, mijn werk met dat van Nan Goldin en Christer Strömholm, wier foto’s eveneens belangrijke verhalen van lhbtqia+-gemeenschappen documenteren. Lezers kunnen zeggen dat ik door hen ‘geïnspireerd’ zou kunnen zijn (en mijn werk zo aan het hunne afmeten), maar ik stel liever dat mijn werk met het hunne ‘resoneert’, door een gedeelde toewijding en creatieve drijfveer meer dan door een aanwijsbare invloed. Mijn resonanties reiken zelfs verder dan de fotografie, tot schilders, musici, romanschrijvers, psychologen, filosofen en mijn queer vrienden die buikdansen.
Laten we naar muziek kijken, een andere kunstvorm, om dit betoog een extra dimensie te geven. Mijn diepste resonanties komen vaak uit de muziek. Muziek spiegelt en versterkt mijn stemming van het moment op een unieke manier, en ik kan blijven luisteren naar de stukken die bij mij de juiste snaar raken. Wie mijn boek Come Get Your Honey heeft gezien, heeft misschien een ritmische onderstroom opgemerkt, een melodie onder het verhaal (hint: zoek eens op ‘Robyn Honey’).
Voor de duidelijkheid: ik beweer niet dat een nummer het boek in de gebruikelijke zin heeft geïnspireerd. Eerder weerklonk de emotionele lading ervan in mijn gevoelens tijdens het editen, en droeg die bij aan de toon en de sfeer van het geheel.
Kunst komt voort uit een doorlopende dialoog over generaties, culturen en individuen heen. We dragen er allemaal aan bij, door te lenen, te herinterpreteren, ook te vergeten, of gewoon door onze eigen nieuwe ideeën te scheppen. Dus de volgende keer dat je vol bewondering voor een kunstwerk staat, vraag jezelf dan af: inspireert het je, of resoneert het met je?